Welke vormen van behandeling zijn er voor een eetstoornis?

eetstoornis

Een eetstoornis kan je dagelijks leven behoorlijk beïnvloeden. Misschien ben je voortdurend bezig met wat je wel en niet mag eten, heb je eetbuien of ben je erg bang om aan te komen. Bij sommige mensen draait het juist om angst voor bepaald voedsel of lukt het niet om genoeg te eten. Wat de klachten ook zijn, een eetstoornis is veel meer dan alleen een probleem met eten. Gedachten, emoties, zelfbeeld en gedrag kunnen allemaal een rol spelen. Daarom bestaat er ook niet één behandeling die voor iedereen geschikt is. Er zijn verschillende vormen van behandeling mogelijk. Welke aanpak het beste past, hangt onder andere af van het type eetstoornis, hoe ernstig de klachten zijn en welke andere lichamelijke of psychische problemen er spelen. Dit betekent ook dat er verschillende mogelijkheden zijn wanneer een bepaalde behandeling niet helpt.

Begin bij de huisarts met een eetstoornis

Wanneer je vermoedt dat je een eetstoornis hebt, is de huisarts meestal een goede eerste stap. Je hoeft daarbij niet zelf te weten wat er aan de hand is. Vertel bijvoorbeeld dat je veel met eten bezig bent, eetbuien hebt, maaltijden overslaat, overgeeft of bang bent voor bepaalde voedingsmiddelen. De huisarts kan vragen stellen over je eetgedrag, gewicht, lichaamsbeeld en hoe jij je voelt. Ook kan lichamelijk onderzoek nodig zijn. Daarbij kan worden gekeken naar je gewicht, bloeddruk en hartslag. Soms wordt aanvullend bloed- of urineonderzoek gedaan. Bij ernstige eetstoornissen zoals anorexia, boulimia, een eetbuistoornis of ARFID kan de huisarts doorverwijzen naar gespecialiseerde hulp, bijvoorbeeld binnen de ggz. Wacht daarom liever niet totdat de problemen je hele leven beheersen. Hoe eerder een eetprobleem wordt herkend en behandeld, hoe beter.

Cognitieve gedragstherapie bij een eetstoornis

Een bekende behandeling bij verschillende eetstoornissen is cognitieve gedragstherapie, afgekort tot CGT. Hierbij kijk je samen met een psycholoog naar de relatie tussen je gedachten, gevoelens en gedrag. Misschien heb je bijvoorbeeld sterk negatieve gedachten over je lichaam. Of je hebt bepaalde regels ontwikkeld over wanneer, wat en hoeveel je mag eten. Tijdens cognitieve gedragstherapie onderzoek je deze gedachten en leer je stap voor stap anders met bepaalde situaties om te gaan. Bij een eetbuistoornis is cognitieve gedragstherapie een belangrijke behandeling. Ook bij bijvoorbeeld ARFID kan CGT worden ingezet. Bij ARFID kunnen oefeningen onderdeel zijn van de therapie waarbij iemand langzaam went aan voedingsmiddelen die hij of zij eerder niet durfde of wilde eten. Het doel is uiteindelijk niet alleen anders eten. Je probeert ook meer grip te krijgen op de gedachten en gevoelens die het eetgedrag beïnvloeden.

Interpersoonlijke therapie kijkt naar je omgeving

Een andere mogelijkheid is interpersoonlijke therapie. Daarbij ligt de nadruk minder rechtstreeks op eten en meer op je relaties en omgang met andere mensen. Problemen binnen relaties, een verlieservaring, conflicten of moeite met sociale contacten kunnen invloed hebben op hoe iemand zich voelt. Bij sommige mensen hangen eetbuien of ander problematisch eetgedrag hiermee samen. Tijdens interpersoonlijke therapie leer je problemen in relaties beter herkennen en aanpakken. Deze therapievorm kan bijvoorbeeld worden toegepast bij een eetbuistoornis. Dat laat meteen zien waarom de behandeling van een eetstoornis zo persoonlijk kan zijn. Twee mensen kunnen op het eerste gezicht vergelijkbaar eetgedrag hebben, terwijl de achterliggende problemen heel verschillend zijn.

Hulp bij voeding en lichamelijk herstel

Bij een eetstoornis kan ook aandacht nodig zijn voor het lichamelijke herstel. Zeker wanneer iemand langere tijd te weinig voedingsstoffen heeft binnengekregen of veel gewicht heeft verloren, kan het belangrijk zijn om eerst het lichaam weer sterker te maken. Een diëtist kan daarbij helpen. Die kan bijvoorbeeld uitleg geven over voeding en ondersteunen bij het ontwikkelen van een passend eetpatroon. Bij ARFID kan naast een psycholoog en diëtist soms ook een logopedist betrokken zijn. Wanneer iemand ernstig ondervoed is, kunnen drinkvoeding, vitamines of in bepaalde situaties sondevoeding nodig zijn. Bij anorexia is lichamelijk herstel ook een belangrijk onderdeel van de behandeling. Daarbij gaat het niet alleen om voldoende eten, maar bijvoorbeeld ook om het afleren van gedrag zoals extreem veel bewegen of overgeven. Tegelijk blijft psychologische behandeling belangrijk om de onderliggende problemen aan te pakken.

Soms is een intensievere behandeling nodig

Niet elke behandeling hoeft plaats te vinden tijdens een wekelijks gesprek bij een psycholoog. Hoe intensief de zorg is, hangt af van de ernst van de situatie. Sommige mensen kunnen grotendeels thuis blijven wonen en regelmatig afspraken hebben met hun behandelaar. Ook online therapie kan in bepaalde situaties onderdeel van de behandeling zijn. Bij ernstigere psychische problemen bestaan daarnaast dagbehandelingen waarbij je meerdere dagdelen per week naar een kliniek gaat. Soms is tijdelijk verblijf in een ggz-kliniek nodig. Welke vorm passend is, wordt samen met behandelaars bepaald. Zeker bij een ernstige eetstoornis is het belangrijk dat zowel de lichamelijke als psychische gezondheid goed in de gaten wordt gehouden.

Kunnen medicijnen helpen bij een eetstoornis?

Medicijnen zijn meestal niet de oplossing voor een eetstoornis. Ze kunnen in sommige situaties wel onderdeel zijn van een bredere behandeling. Bij een eetbuistoornis kunnen bijvoorbeeld bepaalde antidepressiva worden ingezet. Daarnaast kan iemand naast een eetstoornis andere psychische klachten hebben waarvoor medicatie wordt overwogen. Of medicijnen geschikt zijn, verschilt per persoon. Bespreek dit daarom altijd met een arts of andere bevoegde behandelaar en gebruik niet op eigen initiatief medicatie van iemand anders.

Wat doet je zorgverzekering bij behandeling van een eetstoornis?

De kosten van een behandeling zijn natuurlijk ook belangrijk. Voor volwassenen kan geneeskundige ggz onder voorwaarden vanuit het basispakket van de Nederlandse zorgverzekering worden vergoed. Daarvoor moet onder meer sprake zijn van een psychische stoornis die voor vergoeding in aanmerking komt en is een verwijzing nodig. Voor verzekerden van 18 jaar en ouder valt geneeskundige ggz onder het eigen risico. Hulp door de huisarts en POH-ggz valt eveneens onder het basispakket. Voor huisartsenzorg betaal je geen verplicht eigen risico. Ben je jonger dan 18 jaar, dan loopt de vergoeding van behandeling voor psychische problemen in principe via de Jeugdwet en niet via de gewone geneeskundige ggz van de zorgverzekering. Ook diëtetiek kan vanuit de basisverzekering worden vergoed wanneer er een medisch doel is. Vanuit het basispakket wordt hiervoor maximaal drie uur per kalenderjaar vergoed. Afhankelijk van de situatie en behandeling kunnen andere regels gelden, dus controleer altijd de polisvoorwaarden van je eigen verzekeraar.

Deel dit bericht
Facebook
Twitter
WhatsApp
Email
Print
Beoordelingen post
Welke vormen van behandeling zijn er voor een eetstoornis?

Welke vormen van behandeling zijn er voor een eetstoornis?

Een eetstoornis kan je dagelijks leven behoorlijk beïnvloeden. Misschien ben je voortdurend bezig met wat je wel en niet mag…

Dit mag je van een operatie aan een gebroken neus verwachten

Dit mag je van een operatie aan een gebroken neus verwachten

Een bal vol in je gezicht, een ongelukkige val of een botsing tijdens het sporten. Een gebroken neus kan sneller…

Zo kom je snel van een strontje in je oog af

Zo kom je snel van een strontje in je oog af

Je wordt wakker, kijkt in de spiegel en ziet ineens een rood, pijnlijk bultje aan de rand van je ooglid.…